Dorp aan de Grens Openluchtspeelgroep Luyksgestel
regie: Bernard Tholen tekst: Jan Smeets muziek: Karel Franken
Welkom in ’t dorp aan de grens.
Een dorp zoals je er hier in de buurt dertien in een dozijn hebt….
Het is kort na den oorlog en ons dorp ziet er nog uit, zoals het er vijftig jaar geleden uit zag.
Een rechte straat mee burgerhuizen,
En in de velden daaromheen boerderijen,
Uitgestrooid mee slordige hand.’
Zo begin het openluchttoneelstuk ‘Dorp aan de Grens’.
De tekst aan het begin wordt gesproken door Tinus Jansen (‘Tinus’voor de pastoor en de veldwachter, maar voor de mensen van het dorp: Ties). Hij is een van de hoofdrolspelers. Samen met zijn onafscheidelijke maat Toon staat hij bekend als de grootste stropers van het dorp. Ze moeten wel stropen, het zit hen –net als bij de meeste andere mannen van het dorp- in het bloed. En het brengt hen eten en als het allemaal goed gaat, ook na een welkome aanvulling op hun karig loontje.
‘Die niet stropen, die smokkelen’, wordt verderop in het stuk gezegd. ‘Of ze doen het allebei’, weet Mudje –die zijn bijnaam dankt aan de kolen die hij ’s nachts de grens over smokkelt. En ook hier is het motief geld en eer. Mudje staat in hoog aanzien bij de mensen van het dorp om zijn slimmigheden en zijn durf. En om zijn knappe dochter Marietje die het aanhoudt met Harrie, een jongen van het dorp.
Maar Marietje wordt verliefd op Brands, een jonge, niet al te snuggere rijkswachter die, nieuw in het dorp, als opdracht heeft gekregen korte metten te maken met wat het gezag noemt: ‘het gespuis’, waartoe hij Mudje, zijn aanstaande schoonvader, zeker rekent.
Het kerkelijk gezag -met kapelaan van Esch voorop- spreekt zich niet uit voor of tegen de smokkelaars en stropers. Hij heeft zijn handen vol aan de kermis die weer naar het dorp komt en wat hij (‘…en ja, ook Onze Lieve Heer’) ziet als een groot gevaar voor de opgeschoten jeugd. Mieke Plek, de uitbaatster van ‘Het Wapen van Gestel’ neemt het –niet geheel zonder eigenbelang- op voor jeugd. Maar de kapelaan is niet af te brengen van zijn gedachten: ‘… de liedjes die met de kermis gezongen worden en waarop de jeugd zo vrijelijk danst, zijn gemene werktuigen van de duivel.’
Wat dat betreft zijn de paters van Postel toch wat wereldser. Voor de mensen van het dorp een reden om daar te gaan biechten en de pastoor of de kapelaan niet met hun zonden lastig te vallen. Het paterke van Postel weet ook niet of Onze Lieven Heer de konijntjes en hazen niet met opzet naar de bossen rond de abdij heeft gestuurd en of het stropen nou zo’n grote zonde is als de pastoor wil doen laten geloven. Daar houdt hij zo zijn eigen mening over na. En misschien kan Ties, nou hij toch te biechten komt, het paterke eens vertellen waar nou het geheim van strikken zetten in schuilt….. ‘En’, zegt het paterke tegen Ties, ‘iets dat je iedere dag doet is in ieder geval een dagelijkse zonde. En dat telt lang zo zwaar niet als een doodzonde.’
De gebeurtenissen van alle dag worden voor het voetlicht gebracht. Af en toe hilarisch, soms spannend. Maar ook vertederend en romantisch. En met vertwijfeling en merkbare onrust: wie is te vertrouwen en belangrijker nog: wie niet?
In Dorp aan de Grens wordt het verhaal verteld van het echte leven, voor sommigen herkenbaar omdat ze zelf die tijd mee hebben gemaakt, voor anderen de tijd van de verhalen die hun ouders hen vertelden. En voor de kinderen van nu: verhalen van hun (over-)grootvaders. Een tijd die het waard is om verteld te worden.
De muziek die gezongen wordt door Karel Franken sluit naadloos aan op de tijd en plaats waarin Dorp aan de Grens speelt: een Kempisch dorp in het midden van de vorige eeuw. 
Zaterdag 20 juni aanvang 20.30
Woensdag 24 juni aanvang 20.30
Zaterdag 27 juni aanvang 20.30
Woensdag 1 juli aanvang 20.30
Zaterdag 4 juli aanvang 20.30
Zondag 5 juli aanvang 14.30
Wat de pers schrijft over bovenstaande voorstelling.
LUYKSGESTEL - Het seizoen van openluchttheater de Hunnebergen is afgelopen zaterdag gestart met een toneelvoorstelling met de voor Luyksgestel symbolische titel 'Dorp aan de Grens'. Degenen die de voorspelde koude avond trotseerden, genoten met volle teugen van een avondvullend volks openluchtstuk, onder regie van Bernard Tholen uitgevoerd door de Coördinatie van Toneelvereniging in de Zuidoost Kempen. 'Dorp aan de Grens' is geschreven door Jan Smeets en nog te zien op 24 en 27 juui, 1 en 4 juli, aanvangstijden telkens om' 20.30 uur en ook op zondag 5 juli, 's middags om 14.30 uur. De entree voor volwassenen is € 9,-, voor kinderen tot en met 12 jaar € 3,50.
In het Gèssel van de jaren 50-60 t " wordt smokkelen (en ook stropen) niet gezien als iets onoorbaars. Nagenoeg de gehele bevolking draagt, direct of indirect, wel een steentje bij. Zo neemt Moeder Overste (ingetogen spel van Mieke Boogaers) van het klooster van de Zusters van Barmhartigheid, één van haar nonnen in bescherming en draagt haar op om vooral door te gaan met haar goede werken van Barmhartigheid, als zij een arme boer uit de buurt, enkele van zijn koeien aan de andere kant van de grens heeft laten 'grazen', op de grond van het klooster wel te verstaan. De koeien zijn nooit meer terug de grens overgegaan. De boer redde het klooster van de financiële afgrond door per koe een vergoeding te betalen. De kapelaan van het dorp (zeer herkenbaar gespeeld door Chel Driesen) is niet op de hoogte van de activiteiten van de smokkelaars en de stropers, aangezien ze liever biechten bij de paters in Postel. De biechtvader aldaar heeft er begrip voor dat de arme bevolking soms iets ‘bijverdient'. Sterker nog tijdens de biecht laat hij stroper Ties Jansen uitvoerig uitleggen hoe een strik gezet wordt. Als de deken in het dorp op bezoek komt trekt de kapelaan de stoute schoenen aan en vraagt aan de stropers van het dorp om een haas. Geen enkele stroper zegt hem iets toe, 'hier wordt niet gestroopt, eerwaarde'. De volgende dag vindt de pastoorsmeid voldoende hazen in de achtertuin om alle dekens van Nederland van een haas te voorzien, wat de kapelaan de bijnaam 'De Hazenherder' oplevert.
Stropen en smokkelen
Vanaf dat moment rept hij niet meer , over stropen en smokkelen maar maakt hij zich druk om de jaarlijkse kermis. Tijdens een donderpreek in het café van Mieke Plek (sterke rol van Annie Hoeks) waarschuwt hij voor de rondtrekkende muzikant De Kater (Karel Franken brengt als 'monicaman' een aantal streekliedjes ten gehore) die tijdens dit volksfeest, liederen zingt die niet geschikt zijn voor kinderen en de opgroeiende jeugd. In deze sociale omgeving valt het voor de nieuwe veldwachter Bot en zijn onnozele collega Brands (Paul Coppelmans en Sus van de Ven voelen elkaar prima aan en zetten twee uitgesproken personages neer) niet mee om hun functie uit te oefenen en af te rekenen met het gespuis. Door de bevolking worden zij voortdurend op het verkeerde pad gezet, wat een aantal hilarische taferelen oplevert.
Incognito trachten Bot en zijn collega op de kermis in contact te treden met de plaatselijke bevolking. Ze worden echter herkend, vooral door Harrie, de vrijer van Marietje, de dochter van de grootste smokkelaar uit de buurt, Mudje Koolen. Harrie is jaloers omdat Marietje ingaat op het verzoek van Bot om met hem een dansje te wagen. Marietje ziet ook de goede kanten van hem, wordt verliefd en trouwt met hem. Bot komt in een moeilijke situatie terecht wat escaleert in de scene waarin hij van zijn vrouw eist om te kiezen tussen haar vader en hem. Op niet mis te verstane wijze maakt Marietje (vol emotie, mooi gespeeld door Ans Tholen) duidelijk aan haar man, dat deze keuze voor haar onmogelijk is, wat haar een open doekje van het publiek oplevert. Door een toevalligheid gaat ze de nacht erop met haar vader de grens over. Het publiek op de tribune van de Hunnebergen is verbijsterd als Bot in de mist een schot lost........
Jubilaris
In de schitterende omgeving van het natuurtheater blijken decorstukken overbodig om het publiek volledig op te laten gaan in de sfeer van die tijd, de verdienste van regisseur Bernard Tholen die volkstoneel op het lijf geschreven is. De liedjes van Karel Franken versterken het geheel. De spel vreugde van de spelers is groot.
Dat ziet ook het dankbare publiek dat in redelijke getale op de première is afgekomen. Aan het eind wordt de groep getrakteerd op een langdurig staand applaus.
Na afloop van de schitterende premièreavond werd speler en bestuurslid Wim van der Linden gehuldigd. Wim deed dit jaar voor de vijfentwintigste keer onafgebroken mee aan een openluchtproductie van de Coördinatie van Toneelverenigingen in de Zuidoost Kempen. Bovendien is Van der Linden ook al bijna vijfentwintig jaar secretaris van deze spelersgroep. Naast secretaris is hij de enthousiaste initiator en regelaar. Hij werd door voorzitter Jan van den Dungen in alle toonaarden geprezen. Penningmeester Kees Keijzer overhandigde hem een attentie die Wim zal herinneren aan zijn eerste optreden in het bijzondere openluchtspel De Chinese Muur in 1984.
|