Dit jaar wordt het stuk ‘Duivelswerk, de terugkeer van de Bokkerijders’ opgevoerd door de Stichting Coördinatie Toneelverenigingen De Kempen.
Spelers zijn afkomstig uit de gehele Belgische en Nederlandse Kempen.
In de 18e eeuw werden grote delen van Limburg en de Belgische Kempen geterroriseerd door geheimzinnige roversbenden. Bij het invallen van de duisternis waren kerken, abdijen en rijke herenboeren niet meer veilig. Sneller dan iemand voor mogelijk hield kwamen ze, roofden ze namen mee wat van hun gading was en verdwenen weer. Naar een Middeleeuwse legende werden deze rovers “De
Bokkerijders” genoemd. De Bokkerijders groeiden uit tot de schrik van de autoriteiten, die met harde hand optraden.
Genoemd hier mag worden Drossaard Clerxc uit Overpelt. Hij slaagde erin de bokkerijders te elimineren. Toeval of niet de vader van deze drossaard was jarenlang gemeentesecretaris van Luyksgestel.
Tussen 1730 en 1796 werden meer dan 300 mensen veroordeeld als Bokkerijder en opgehangen,
verbannen of gebrandmerkt.
Een jaar na het dramatische einde van de bende van de Bokkerijders heeft Anna de Limpens haar intrek in het klooster genomen. Tijdens een mijnramp is ze getuige van de onmenselijke behandeling van de mijnwerkers door de autoriteiten. Dan ontmoet ze Vos en samen besluiten ze dat de Bokkerijders terug zouden moeten keren. Met wat hulp krijgen ze de bendeleden weer bij elkaar. En ja, de Bokkerijders rijden weer!
De Limpens heeft het inmiddels tot schout geschopt. Wanneer de eerste berichten over de Bokkerijders de kop opsteken, treedt hij meteen krachtig op. De beul van Aken wordt naar ’s-Hertogenrade gehaald en er ontstaat een nieuwe heksenjacht. Vader en dochter bestrijden elkaar en de problemen worden alleen maar groter. Maar de grootste bedreiging komt van barones Odilia de Gavarelle, zij heeft andere plannen met de Bokkerijders.
De voorstelling die in de Hunnebergen gespeeld wordt, heeft alles om het publiek mee te nemen in een adembenemend avontuur. Het belooft zowel spannend als grappig te worden en menig toeschouwer zal een traantje wegpinken, “gepakt” door de ontroerend momenten.
Dit wil je toch niet missen......

Opvoeringen:
Zaterdag 18 juni aanvang 20.30 uur
Zondag 19 juni aanvang 14.30 uur
Woensdag 22 juni aanvang 20.30 uur
Zaterdag 25 juni aanvang 20.30 uur
Woensdag 29 juni aanvang 20.30 uur
Vrijdag 1 juli aanvang 20.30 uur
Zaterdag 2 juli aanvang 20.30 uur
Zondag 3 juli aanvang 14.30 uur
Regie: Rita Scheelen
Kassa is open één uur voor de aanvang van de voostelling.
Voorverkoop en reserveringen via: www.hunnebergen.nl/tickets
Zie ook de website van de spelersgroep www.sctk.nl
Stukje geschiedenis:
Volgens de overlevering waren de Bokkenrijders een bende rovers die in de 18e eeuw de Landen van Overmaas (het tegenwoordige Nederlands Zuid-Limburg, Belgische Voerstreek en Land van Herve) evenals de regio rond Luik, de gebieden vlak over de Duitse grens en de Kempen onveilig maakten. De strooptochten waren over het algemeen gericht tegen boerderijen en pastorieën.
De eerste vermelding van de term Bokkenrijders (oude spelling "Bockereyders") komt uit het boekwerk: Oorzaeke, bewys en ondekkinge van een goddelooze, bezwoorne bende nagtdieven en knevelaers binnen de Landen van Overmaeze en aenpalende landstreeken, geschreven door Sleinada S.J.P. in 1779. Sleinada was het pseudoniem van Pastoor A. Daniels. Deze was pastoor van de parochie Schaesberg tegenwoordig onderdeel van Landgraaf. Hij kende verschillende bendeleden persoonlijk en was goed op de hoogte van de procesvoering. Het verhaal gaat dat de rovers een pact met de duivel hadden gesloten en zich 's nachts op bokken voortbewogen.
Later hebben de Bokkenrijders door allerlei verhalen en de mystiek om de bende een Robin Hood-achtige status gekregen. Tegenwoordig gelooft men eerder dat er sprake was van diverse benden die inbraken en overvallen pleegden. Ook acht men een groot deel van de 600 opgepakte en veroordeelde mensen onschuldig, omdat een bekentenis afgedwongen werd met tortuur.
De Belgische Bokkenrijders hielden huis in de Kempen en de omgeving van Luik. In Wellen werden in de Bonderkuil 19 Wellense bokkenrijders terechtgesteld. Een werd met een bijl onthoofd, twaalf werden aan een paal gewurgd en nadien v
erbrand, vijf werden levend verbrand en een werd de handen afgehakt, geradbraakt en verbrand.
De eerste schriftelijke neerslag duikt op in het Haspengouwse Wellen. Op 2 januari 1774 schuift Johan Van Muysen een brandbrief onder de deur van boer Wouters in Ulbeek. Hij eist geld te leggen of anders wordt zijn huis platgebrand. In die brief stelt Van Muysen zich voor als lid van de bokkenrijders en tot drie keer toe gebruikt hij het woord duivel. In het Wellense proces wordt de naam ‘bokkenrijders’ openlijk gebruikt en later ook in het Antwerpse proces tegen Philip Mertens, een brandbrieflegger uit Ophoven-Geistingen. In de Overmaase processen komt de term ‘bokkenrijders’ zeer laat voor onder invloed van de gebeurtenissen in Wellen. Hier duikt echter het woord ‘geitenbok’ voor het eerst in de processen op. Mathijs Smeets uit Beek beweert in september 1773 dat ze ’s nachts eens met 42 personen op één grote geitenbok plaatsnamen en door de lucht naar Venlo vlogen om daar een misdaad te plegen. De ondervragers noteren het bloedstollende verhaal met verbijstering. Bron:Wikepedia.